Geschiedenis van het uilenbord

Het Friese woord ûleboerd betekent uilebord. Uileborden waren aanvankelijk alleen de driehoekige houten borden op de uiteinden van de Friese schuur, zo genoemd omdat de in de schuur nestelende kerk- en steenuilen zich voor het uit- en invliegen van het ronde gat, voorzover aanwezig, bedienden. Dit gat heet dan ook ûlegat (uilegat).

Later is men onder uileborden het geheel van het driehoekige houten bord en de versiering gaan verstaan, de laatste tijd in het bijzonder de versiering, bestaande uit een makelaar met twee ruggelings geplaatste (Knobbel-) zwanen. Aangezien eerst in de loop van de 16de eeuw het Friese boerenhuis in plaats van een hooiberg een schuur kreeg, kan het (versierde) uilenbord niet ouder zijn.
Historie uileborden / uleboerden

De makelaar vertoont motieven die in de Europese volkskunst voorkomen en derhalve niet typisch zijn voor Friesland. De aanwezigheid van zwanen alleen in Friesland, met uitlopers naar aangrenzende provincies, is wellicht ontstaan door de nog na het midden van de 16de eeuw in Friesland bestaande zwanenhouderij. De zwanen op het uilenbord houden met zwanenrecht of jacht geen verband en zijn als decoratief element waarschijnlijk in zwang gekomen omdat de dieren algemeen bekend waren, van economisch belang en omdat zij met hun sierlijke halsvorm bij uitstek geschikt waren om de makelaar harmonisch te begeleiden.

Afbeeldingen met zwanen op de uileborden gaan zoals alle Friese landschapsprenten niet verder terug dan de periode 1740-1750. Maar toen waren komplete voorbeelden dan ook al duidelijk verspreid aanwezig. De oudst bekende vermelding in archivalia dateert uit 1696, maar kan op een oudere situatie betrekking hebben. Nog lang zullen timmerlieden hun eigen plaatselijke of persoonlijke ontwerpen hebben gemaakt, zodat aanvankelijk de verscheidenheid groter was dan in later tijd, toen zich een aantal hoofdtypen ontwikkelde, die in de 20ste eeuw vanwege de veronderstelde traditionaliteit voorbeeldig werden geacht en daarom gepropageerd.

In de jaren zeventig ontstond een hernieuwde belangstelling voor het uilebord als resultaat van een late nawerking van publikaties sinds de jaren dertig, aanbevelingen van de Friese Schoonheidskommissie, de recente opmerkelijke herwaardering van het verleden met als extra element de opvatting dat het hier naast een aantrekkelijke ook een overzichtelijke uiting van een Fries-eigen traditie of zelfs identiteit zou betreffen. Opmerkelijk is hierbij, dat het uilebord ook meer en meer wordt aangebracht op de moderne ligboxenstallen, uiteraard alleen als ornament en vaak met enige moeite aangepast aan de ongewone situatie.